Dwalend over het net kwam ik het navolgend stukje proza tegen:
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 brak een zeer chaotische periode aan, de Bersiapperiode, hierin streed Indonesië voor haar onafhankelijkheid.
Door de Japanse wapenoverdracht was het militaire en politieke zwaartepunt op Java ten gunste van de Republiek verschoven, de pemuda’s wilden Nederlanders en Indische interneren in kampen die onder Indonesisch toezicht kwamen, dit luidde tegelijk de terreur van de Bersiap in.
De Japanners zagen in dat het geweld ook tegen hen begon te keren, i
n enkele gevallen vochten zij zelfs zij aan zij met de Nederlanders tegen de Indonesiërs. Bekend zijn de slagvelden bij Lembang, Semarang, de Baloegevangenis waar uit wraak vele Japanners op wrede wijze vermoord zijn.Soerabaja was eind oktober in handen gevallen van de pemuda’s, waar zij in alle wreedheid honderden Japanners en Nederlanders om het leven brachten.
http://www.darahketiga.nl/?cat=39
Niet bezwaard door enige drang tot verificatie middels raadpleging van gezaghebbende bronnen wordt hier geschiedenis herschreven. Of anders gesteld, er wordt naar een bepaald gewenst beeld van die geschiedenis toe geschreven. Het moet passen in het beeld dat men heeft en koestert. Natuurlijk is dit niet de visie van echte historici en meer iets wat je een subcategorie van het soort urban legend zou noemen. Een variatie van het broodje-aap verhaal, zeg maar. Dus waar maak je je druk om? Het vervelende is dat deze en soortgelijke visies het algemene beeld lijken te beinvloeden. Zelfs gezagsdragers en opiniemakers debiteren dit soort halve en hele onwaarheden als je de redes uitgesproken op herdenkingen e.d. beluistert.
Ik kan het juist daarom niet nalaten om deze visie te leggen naast gedocumenteerde feiten en getuigenissen van mensen die “er bij waren”. Gelukkig zijn die getuigenissen nog bewaard gebleven. (http://geschiedenis.vpro.nl/artikelen/39588911/ met name deel 3 is in dit verband interessant). Opvallend hoe het bovenstaande verhaaltje op belangrijke punten afwijkt van die getuigenissen. Nu zijn getuigenissen op zich niet per definitie gezaghebbend, maar als die getuigenissen elkaar min of meer bevestigen en\of aanvullen, dan kan men hen, mits ze onafhankelijk van elkaar gegeven zijn zoals in de documentaire van Jan Bosdriesz, enige geloofwaardigheid aan toe kennen.
Een andere belangrijke bron die ik heb geraadpleegd en die ik van harte kan aanbevelen is Han Bing Siong, The secret of major Kido; The battle of Semarang, 15-19 October 1945. In: Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde 152 (1996), no: 3, Leiden, 382-458. Han Bing Siong is getuige van de gebeurtenissen die zich in Semarang hebben afgespeeld. Bovendien heeft hij een aantal direct betrokkenen (waaronder majoor Kido) geinterviewed of anderszins contact met hen gehad. Han gaat in detail in op de gebeurtenissen en legt de verschillende verslagen over wat er toenertijd heeft plaats gevonden naast elkaar. Haarfijn laat hij zien waar die verslagen elkaar tegenspreken en waar ze elkaar bevestigen, waarbij hij sommige aannames en verhalen over die gebeurtenissen weet te weerleggen. Hij schetst een beeld die geloofwaardig is en haaks staat op het hier boven geciteerde stukje proza.
Het citaat suggereert dat de Japanners al hun bewapening hadden afgegeven. Het spreekt immers van de Japanse wapenoverdracht, alsof het een algemene, en misschien wel, officiele gebeurtenis was. Han beschrijft een veel gecompliceerder proces waaruit naar voren komt dat de nationalisten hun wapens niet zonder meer van de Japanners kregen overhandigd. Het kostte hen veel moeite om aan wapens te komen en ze kregen zeker niet de gehele Japanse bewapening te pakken.
De Japanners waren over het afgeven van hun wapens verdeeld: Nakamura Junji, commandant van centraal Java was voor een bewapening van tenminste de Indonesische politionele macht, maar Majoor Kido Shinichiro, die het bevel voerde over de troepen in Semarang, hield zich aan de code van het Japanse leger, namelijk dat wapens met het keizerlijke embleem niet worden afgegeven. Wat de pemuda’s in handen kregen waren de wapens die op het voormalige KNIL zijn buitgemaakt. Het Japanse opperbevel had verboden om wapens af te geven en had daarbij zelfs de instructie gegeven die desnoods met geweld te verdedigen. De Japanse PETA intructeur Tsuchiya vertelde hoe hij in het kader van het geallieerde bevel om de status quo te handhaven (dus de nationalisten geen ruimte te geven) de wapens van zijn pupillen weer in nam (zie deel 2 van Jan Bosdriesz documentaire “Ons Indie”). In een interview bevestigde Adam Malik dit indirect (deel 2). Het was met name de marine, die sympathiek stond tegenover de nationalisten en hen steunde, die wel wapens – zij het min of meer onder druk van de nationalisten – had afgegeven. Ook Nakamura werd eveneens onder druk van zijn wapens ontdaan. Over het algemeen rijst er een beeld van de ex-bezetters die zich moesten schikken in hun nieuwe rol: die van orde handhavers. Dit ging voor een belangrijk deel in tegen hun oorspronkelijk beleid, namelijk de Indonesische natonalistische gevoelens als wapen inzetten tegen de verwachte invasie legers. De omslag was nogal abrupt zodat er zich hier en daar verwarring en onzekerheid meester maakten van de Japanners. Maar officieren als Kido gehoorzaamden het gegeven bevel van het hoofdkwartier. Han weet aan te tonen dat Kido dit uit plichtsbetrachting deed.
In en rond Semarang was er zeker geen sprake van “zij aan zij vechten” met de Nederlanders. Er waren namelijk geen Nederlandse troepen of ueberhaupt Nederlanders die in staat waren te vechten op dat moment. Er was slechts een handjevol Engelsen. Het waren alleen de Japanse troepen o.l.v. majoor Kido die slag leverden met de Indonesiërs, de omsingelde interneringskampen ontzetten en de (ex-)geïnterneerden beschermden (zie de getuigenissen in de documentaire van Jan Bosdriesz). Het was de kempeitai (sic) onder leiding van kapitein Wada Kunishige i.s.m. een peleton van de Morimoto Butai die de Bulu gevangenis bestormden (dus niet de “Baloegevangenis” zoals gesteld). Later is Wada door die zelfde Nederlanders ter dood veroordeeld en neergeschoten. Waar een klein land klein in kan zijn. Het waren voornamelijk Japanners die in de Bulu gevangenis werden omgebracht. En niet “honderden Japanners en Nederlanders ” zoals er in het citaat stond. de bestorming van de gevangenis door de kempeitai voorkwam naar alle waarschijnlijkheid een slachting onder de Nederlanders. Overigens wisten de Japanners pas nadat ze de gevangenis hadden veroverd dat er velen van hun landgenoten waren omgebracht.
Al met al blijft het interessant om te zien hoe de geschiedenis, gefilterd door vooroordelen en gestuurd door de wens om het anders te laten zijn dan het was, wordt gekneed en veranderd zoals in bovenstaand stukje en het wishful thinking wordt i.p.v. een integere weergave van de gebeurtenissen.
Op onderstaande foto is majoor Kido uiterst rechts te zien.
